De geschiedenis van het Nederlandse coffeeshopbeleid
De Nederlandse aanpak van cannabis is geen ontwerp maar een geschiedenis: een reeks aanpassingen op eerdere keuzes, elk met eigen aanleiding.
De jaren zeventig: scheiding der markten
Begin jaren zeventig adviseerde een commissie onder leiding van Pieter Baan om middelen te onderscheiden naar risico. Dat advies leidde in 1976 tot een herziening van de Opiumwet, waarbij twee lijsten ontstonden: lijst I voor middelen met een onaanvaardbaar risico, en lijst II voor middelen met een geringer risico. Cannabis kwam op lijst II. De achterliggende gedachte was pragmatisch. Door de markt voor cannabis te scheiden van die voor harddrugs, zou de gebruiker van cannabis niet in aanraking komen met een circuit waarin ook heroïne en cocaïne werden aangeboden. Die scheiding der markten is tot vandaag de kern van het beleid. In dezelfde periode ontstonden de eerste verkooppunten, aanvankelijk vanuit jongerencentra en huiskamers.
De jaren negentig: regels op papier
Naarmate het aantal coffeeshops groeide, ontstond behoefte aan duidelijke voorwaarden. Die werden vastgelegd in de criteria die bekendstaan als AHOJG: geen affichering, geen harddrugs, geen overlast, geen verkoop aan jeugdigen en geen grote hoeveelheden. De maximale hoeveelheid per persoon per dag werd in de loop van de jaren negentig verlaagd naar vijf gram. Gemeenten kregen daarnaast ruimte voor eigen beleid, onder meer via een maximumstelsel voor het aantal shops.
2012: het ingezetenencriterium
Om drugstoerisme en de bijbehorende overlast in grensgemeenten terug te dringen, werd een ingezetenencriterium ingevoerd. De uitvoering leidde tot discussie, en het criterium wordt sindsdien niet in alle gemeenten op dezelfde manier gehandhaafd, een situatie die tot op heden voortduurt.
Het probleem dat bleef
Door al deze aanpassingen heen bleef één weeffout onopgelost: de voordeur was geregeld, de achterdeur niet. Verkoop werd gedoogd, teelt en levering bleven verboden. Daardoor waren er geen kwaliteitseisen, wist de klant niet wat hij kocht, en bleef de teelt in het criminele circuit, met illegale kwekerijen in woonwijken als zichtbaar gevolg.
Het experiment
Om te onderzoeken of het anders kan, is besloten tot een experiment met een gesloten keten. De wetgeving daarvoor werd in 2019 aangenomen, waarna telers werden aangewezen en gemeenten geselecteerd. Na een overgangsfase ging de experimenteerfase in april 2025 van start. Daarmee wordt voor het eerst sinds 1976 een structurele poging gedaan om het probleem van de achterdeur op te lossen.
Bronnen
Rijksoverheid · Trimbos-instituut · Opiumwet
Dit artikel is algemene informatie en geen advies. Cannabisgebruik is niet zonder risico. Voor onafhankelijke informatie en hulp kunt u terecht bij het Trimbos-instituut, Drugsinfo of uw huisarts.